Vrijspraak snelheidsovertreding

– Samenvatting

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent sprak in haar vonnis van 29 maart 2022 de beklaagde in hoger beroep vrij van een snelheidsovertreding.

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent sprak in haar vonnis van 29 maart 2022 de beklaagde in hoger beroep vrij van een snelheidsovertreding.
Beklaagde reed op de N60 aan een snelheid van 144 km/u daar waar slechts 90 km/u toegelaten is.

De beweerde snelheidsovertreding was vastgesteld door een bemand automatisch werkend toestel. Dergelijke vaststellingen hebben een bijzondere bewijswaarde omdat zij bewijskracht genieten zolang het tegendeel niet is bewezen. Dit vormt een uitzondering op de regel van de vrije bewijslevering in strafzaken waarbij de rechter naar eigen overtuiging de bewijswaarde van een bepaald element beoordeelt.

Gelet op deze bijzondere bewijswaarde is het van belang steeds na te gaan of er wel sprake is van rechtsgeldige vaststellingen.

Op grond van artikel 32 van de Voorgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering kan onrechtmatig bewijs slechts in drie gevallen worden uitgesloten:

  • indien het geschonden vormvoorschrift door de wet op straffe van nietigheid wordt voorgeschreven;
  • indien de onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast;
  • indien het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

In haar vonnis van 22 maart oordeelde de rechtbank dat de betrouwbaarheid van het bewijs werd aangetast, omdat de – weliswaar geijkte – snelheidsmeter niet werd goedgekeurd conform de bepalingen van het K.B. van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen.

De rechtbank bevestigt hiermee het standpunt dat schending van wettelijke bepalingen die beschouwd worden als substantieel om de intrinsieke kwaliteit van het bewijs te waarborgen, moet leiden tot bewijsuitsluiting.

Hiermee werd het pleidooi van de vrijspraak van meester VAN LAETHEM integraal gevolgd.